Een locatie is verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem als:

  • in de bodem een puinbijmenging aanwezig is, tenzij aannemelijk kan worden gemaakt dat deze bijmenging niet verdacht is voor asbest. Voor meer informatie verwijzen wij naar de NEN 5707 en de NEN 5727;

of

  • wanneer er gebouwen/objecten op de locatie aanwezig zijn die aan de buitenzijde voorzien zijn van asbestverdachte materialen (golfplaten, gevelpanelen);
  • in het verleden bedrijfsactiviteiten zijn uitgevoerd waarvan bekend is dat bij deze activiteiten asbest is gebruikt (bijvoorbeeld scheepswerven).