Stikstof

Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof (PAS) aan minder stikstof in de natuur. Dit programma mag niet meer gebruikt worden, zo was het oordeel van de Raad van State in mei 2019. Dit kan gevolgen hebben voor bestaande en nieuwe vergunningen. Op dit moment is nog veel onbekend over de exacte gevolgen van alle ontwikkelingen. Elke situatie is anders. Om u een goed beeld te geven, beantwoorden wij hieronder de meest gestelde vragen.

Als OZHZ behandelen wij vergunningsaanvragen voor gemeenten en provincie. Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan de beschermde Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld doordat stikstof daar neerslaat. Denk daarbij stikstof die vrijkomt door de aanleg van een weg, het uitbreiden van een veehouderij of industrie of het bouwen van woningen.

Ook verzorgden wij het toezicht het handhaving op het PAS in heel de provincie Zuid-Holland.

Vragen en antwoorden over landelijke en regionale ontwikkelingen

  • Wat hield het PAS in?
    De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Dit deed het PAS door:
    • te voorzien in natuurherstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden waar te veel stikstof is. Bijvoorbeeld door stikstof uit de bodem versneld te verwijderen door maaien of plaggen, of door het natuurlijke leefgebied te verbeteren door duinen weer te laten stuiven of hydrologische maatregelen te nemen;
    • te voorzien in maatregelen waardoor er minder stikstof terecht komt in deze Natura 2000-gebieden. Bijvoorbeeld door de aanscherping van normen voor de maximale uitstoot van ammoniak uit stallen en het besluit emissiearme huisvesting.
    Op deze manier bood het PAS ruimte aan nieuwe activiteiten die stikstof uitstoten. Wie iets wilde ondernemen waardoor mogelijk stikstof terecht kwam in een Natura 2000-gebied, kon bij de aanvraag van een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit (zoals een tracébesluit) gebruik maken van het PAS. Denk daarbij aan de aanpassing van een weg, het uitbreiden van een veehouderij, de nieuwbouw van woningen of nieuwe industriële activiteiten. Bron: Rijksoverheid.nl
  • Wat is de conclusie van de uitspraak van de Raad van State?
    Op 29 mei 2019 verklaarde de Raad van State vergunningen het Programma Aanpak Stikstof ongeldig. Het oordeel: het PAS mag niet meer gebruikt worden voor vergunningverlening. Volgens de Raad van State is ‘de passende beoordeling die ten grondslag lag aan het PAS in strijd met Europese Habitatrichtlijn’. Het PAS maakte het kort gezegd mogelijk om stikstof uitstotende activiteiten toe te laten, vooruitlopend op de positieve effecten van PAS-maatregelen. Zo’n toestemming ‘vooraf’ mag niet. Ook vrijstellingen van de vergunningplicht die in het programma waren geregeld, gelden niet meer. Hierdoor kan het zijn dat u een vergunning nodig heeft, terwijl dat onder het PAS niet het geval was. Bron: Rijksoverheid.nl
  • Wat zijn de landelijke ontwikkelingen voor een alternatief voor het PAS?
    Het blijft de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten om een aanpak voor stikstofoverschot op te zetten. Dit op zo’n manier dat er recht wordt gedaan aan bescherming van de natuurkwaliteit in combinatie met een perspectief voor economische ontwikkeling. Daarvoor zijn er sinds de PAS uitspraak een aantal stappen gezet. Zo heeft het kabinet een Adviescollege Stikstofproblematiek ingesteld. Dit college heeft het kabinet via een aantal adviezen geadviseerd over maatregelen voor de korte- en lange termijn voor het verminderen van de emissie van stikstof en het weer oppakken van de vergunningverlening. Naar aanleiding van deze adviezen heeft het kabinet een aantal stappen gezet om uit de huidige situatie te komen en weer perspectief te creëren voor nieuwe ontwikkelingen.  De provincies hebben op basis hiervan een beleidskader opgezet. Dit beleidskader is door de provincie Zuid-Holland vastgesteld. Eind april 2020 heeft het kabinet een plan voor een ”Structurele Aanpak Stikstof” gepubliceerd. Hierin zijn maatregelen opnemen voor het herstel van de natuur, het verminderen van de stikstofdepositie en het (weer) mogelijk maken van de vergunningverlening. Begin juni 2020 is het laatste advies van de het Adviescollege Stikstofproblematiek verschenen. Mogelijk leidt dit advies nog tot aanpassingen van de structurele aanpak van het Rijk. Voor meer informatie over de maatregelen verwijzen we u naar de vragenlijst van BIJ12
  • De provincies maakten beleidsregels. Wat staat daar in en wat zijn de gevolgen?
    De provincies stelden beleidsregels (juli 2020) op waarmee toestemming voor stikstofgerelateerde activiteiten weer (deels) mogelijk wordt door het toepassen van intern of extern salderen. Aan salderen zijn op basis van dit beleidskader wel voorwaarden verbonden. Salderen biedt dus niet voor elk project een oplossing. Bij salderen blijft een vergunning nodig op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). De komende tijd wordt naar verwachting meer duidelijk over de mogelijkheden om het beleidskader toe te passen.
  • Wat is de AERIUS Calculator?
    Met de AERIUS Calculator berekent u de stikstofuitstoot van voorgenomen projecten. Het Rijk ontwikkelde een nieuwe, geactualiseerde versie: AERIUS Calculator (laatste update: 14 oktober 2020). Deze calculator is geschikt voor het berekenen van de stikstofuitstoot uit alle bronnen.
  • Wat betekent de uitspraak voor een vergunningsaanvraag of melding in het kader van de Wet natuurbescherming?
    Eerder kon u deze vergunningsaanvraag of melding doen bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Zij verlenen deze vergunningen en beoordelen de meldingen namens de provincie Zuid-Holland. Op dit moment geven zij vergunningen op basis van de Wet natuurbescherming in de meeste gevallen niet af als stikstof een aspect is. Het indienen van een melding is niet mogelijk sinds het vervallen van het PAS. De provincie geeft aan dat de vrijstelling van de vergunningplicht bij relatief kleine belastingen is vervallen en hiermee ook de mogelijkheid om meldingen in te dienen.

Vragen en antwoorden over uw vergunning of vergunningsaanvraag

  • Ik wil bij OZHZ een omgevingsvergunning aanvragen voor een nieuw bouwproject (bijvoorbeeld de bouw van nieuwe woningen). Wat moet ik doen?
    We hebben voor u een stappenplan. Daar leest u precies wat u kunt in deze situatie.
  • Het kabinet heeft bronmaatregelen aangekondigd, die de stikstofuitstoot direct verlagen. Hiermee moet ruimte vrijkomen voor bouwprojecten in 2020. Wat betekent dit voor mijn project?
    De bronmaatregelen waarover u hoorde zijn bijvoorbeeld het verlagen van de maximumsnelheid. De door deze maatregelen vrijgekomen ruimte wordt geregistreerd in het stikstofregister. Dit register is er sinds 24 maart 2020. 70% hiervan is in te zetten voor woningbouw- en aangewezen infrastructuurprojecten in 2020.  Met het stikstofregister is het voor aanvragers van woningbouw en infrastructuurprojecten mogelijk om van de beschikbare ruimte gebruik te maken. Alleen woningbouwprojecten die niet op het aardgas worden aangesloten kunnen gebruik maken van het stikstofregister. Op regionaal niveau worden keuzes gemaakt over het uitgeven van de rechten.
  • Het Adviescollege Stikstofproblematiek heeft het kabinet aangeraden een drempelwaarde voor de tijdelijke stikstofemissies van de bouw in te stellen. Wanneer kan ik hier gebruik van maken voor mijn bouwproject?
    Het kabinet gaf naar aanleiding van het advies van het Adviescollege Stikstofproblematiek de mogelijkheden voor een drempelwaarde voor de tijdelijke emissies van de bouw te gaan onderzoeken. Op moment is nog niet bekend wanneer er een drempelwaarde komt en hoe deze eruit gaat zien. Het kabinet benadrukte wel dat als er een drempelwaarde komt er vanuit de bouwsector maatregelen moeten worden genomen om de emissies van stikstof zoveel mogelijk te reduceren, bijvoorbeeld door in te zetten op schoner bouwmaterieel en innovatie van het bouwproces. Hiervoor komt naar verwachting wel financiële ondersteuning vanuit het Rijk.
  • Ik heb een bedrijf dat stikstof uitstoot. Wat moet ik doen?
    Heeft u een bedrijf met een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming of had u vanwege de stikstofuitstoot daarover moeten beschikken? In veel gevallen heeft u een toestemming op basis van de Wet natuurbescherming nodig. De vergunning daarvoor vraagt u aan bij de Omgevingsdienst Haaglanden.
  • Ik beschik over een Wnb-vergunning, of had daarover moeten beschikken, en wil nu een WABO-aanvraag indienen. Wat moet ik doen?
    U dient de WABO-aanvraag in bij OZHZ. Het is van belang dat u in de aanvraag motiveert waarom uw initiatief geen significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden heeft. Dat kan met een AERIUS-berekening of een ecologisch (voor)onderzoek. OZHZ beoordeelt vervolgens of het nodig is om een toestemming op basis van de Wnb aan te vragen bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Als dat zo is, dan kan de WABO-vergunning niet verleend worden tot de toestemming is verleend. U kunt er ook voor kiezen om naast de WABO-aanvraag een Wnb-aanvraag in te dienen bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De WABO-vergunning kan dan verleend worden, maar ook in dat geval mag u pas starten met uw initiatief als de Wnb-vergunning is verleend.
  • Ik wil een melding doen of een vergunning aanvragen. Mijn (uitbreiding van) bedrijfsactiviteiten of projecten hebben wel significante effecten op Natura 2000-gebieden. Wat nu?
    U heeft een vergunning hiervoor nodig. Op dit moment is het nog erg onzeker of u deze vergunning krijgt, maar in sommige gevallen is er wel een mogelijkheid. Neem contact op uw situatie te bespreken.
  • Ik wil een project uitvoeren (bijvoorbeeld het veranderen of uitbreiden van bedrijfsactiviteiten). Hoe kan ik aantonen dat mijn project geen significante negatieve effecten heeft voor Natura 2000-gebieden?
    De eerste stap is het beoordelen van de stikstofuitstoot met de AERIUS Calculator. Is de uitkomst 0,00 mol/ha/jaar of minder? Dan heeft het project geen significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Als de uitkomst van de berekening groter is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan biedt intern salderen mogelijk een oplossing. Dat wil zeggen het uitwisselen van een of meer stikstof veroorzakende activiteiten op de projectlocatie tegen een of meer andere stikstof veroorzakende activiteiten op de projectlocatie. Dit intern salderen kan alleen binnen een project. Als intern salderen er niet toe leidt dat de berekende depositie 0,00 mol/ha/jaar is, dan is extern salderen mogelijk een alternatief. Dat wil zeggen het uitwisselen van een of meer stikstof veroorzakende activiteiten ergens anders tegen een of meer andere stikstof veroorzakende activiteiten op de projectlocatie. De provincie Zuid-Holland heeft beleidsregels vastgesteld voor intern en extern salderen, meer informatie leest u in de handreiking. Als het rekenresultaat groter blijft dan 0,00 mol/ha/jaar, kunt u een ecologisch (voor)onderzoek uitvoeren. Uit dat onderzoek kan blijken dat geen significante negatieve effecten op een Natura-2000 gebied zijn. Let wel! Ook als u kunt aantonen dat er geen significante negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden zijn, is in een aantal gevallen een Wnb-vergunning nodig.
  • Ik wil een Melding activiteitenbesluit indienen. Wat nu?
    Een Melding activiteitenbesluit dient u in bij OZHZ, wij behandelen deze. Het is uw eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of er mogelijk sprake is van significante effecten op Natura 2000-gebieden. Als daar mogelijk sprake van is, dan kunt u een AERIUS-berekening laten uitvoeren. Als hieruit blijkt dat de belasting op een Natura 2000-gebied meer of minder dan 0,00 mol/ha/jaar is, dan bent u verplicht om een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Dit doet u bij de omgevingsdienst Haaglanden.
  • Mijn vergunning is vernietigd. Wat moet ik doen?
    Bent u als initiatiefnemer met activiteiten gestart, voordat de vergunning onherroepelijk werd? Dan is dit op eigen risico gedaan. De provincies en het Rijk werken samen aan een handreiking voor handhaving. Vooruitlopend daarop kan een onderscheid in twee typen gevallen worden gemaakt:
    1. Gevallen waarin volstaan kan worden met het toevoegen van gegevens aan uw aanvraag waaruit blijkt dat een Wnb-vergunning toch niet nodig is. Bijvoorbeeld een AERIUS-berekening of een ecologische voortoets. Als u kunt aantonen dat de Wnb-vergunning niet nodig is, dan hoeft uw vergunning niet vernietigd te worden.
    2. Gevallen waarin naar de huidige inzichten een Wnb-vergunning nodig is. Voor die gevallen is nog veel onduidelijk. U kunt daarvoor contact opnemen met de Omgevingsdienst Haaglanden voor meer informatie.
  • Ik ben agrariër. Mag er bemest worden? Mogen de koeien in de wei?
    Door de uitspraak van de Raad van State is er een vergunning nodig voor het weiden van vee en het bemesten van het land. De commissie Remkes heeft deze vergunningplicht onderzocht en heeft eind 2019 geadviseerd dat er in principe geen vergunningplicht voor beweiden en bemesten aan de orde is (met een aantal uitzonderingen bij veranderingen van het grondgebruik). Volgens de commissie kan daarvoor naar huidige inzichten een betere onderbouwing worden gemaakt dan in de zaak van de uitspraak door de Raad van State is gebeurd. Minister Schouten van Landbouw heeft met de provincies afgesproken om beweiden en bemesten niet vergunningplicht te maken. De provincies hebben de afspraken rond beweiden in april 2020 bekrachtigd in een besluit waarin staat dat voor het beweiden van vee geen afzonderlijke Wnb-vergunning nodig is. Lopende en nieuwe Wnb-vergunningaanvragen voor stallen worden door de provincies alleen beoordeeld op de uitstoot die vrijkomt uit de stallen. Voor bemesten wordt door het ministerie en de provincies nog gewerkt aan een oplossing.