Programma Aanpak Stikstof (PAS)

Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) mag niet meer gebruikt worden als basis voor toestemmingverlening. Dat was het oordeel van de Raad van State eerder dit jaar. Dit kan gevolgen hebben voor vergunningen, zowel nieuwe aanvragen als bestaande vergunningen. Als OZHZ behandelen wij vergunningsaanvragen voor gemeenten en provincie. Ook verzorgden wij het toezicht het handhaving op het PAS in heel de provincie Zuid-Holland.

Op dit moment is nog veel onbekend over de exacte gevolgen van alle ontwikkelingen. Elke situatie is anders. Om een goed beeld te geven, beantwoorden wij hieronder de meest gestelde vragen.

Sinds 2015 werkte de overheid met het Programma Aanpak Stikstof aan minder stikstof in de natuur. Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Denk daarbij aan de aanleg van een weg, het uitbreiden van een veehouderij of industrie.

Landelijke oplossing

Momenteel werkt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit samen met IenW, BZK, EZK, Defensie, Unie van Waterschappen (UvW), de provincies en de VNG aaneen alternatief voor het beoordelen van activiteiten op stikstof. Eind september 2019 adviseerde het Adviescollege Stikstofproblematiek het kabinet over het weer oppakken van de vergunningverlening en over maatregelen op de korte termijn voor het verminderen van de emissie van stikstof.

Het kabinet heeft met een Kamerbrief (van 4 oktober 2019) aangegeven welke stappen zij gaat zetten om uit de huidige situatie te komen en weer perspectief te creëren voor nieuwe ontwikkelingen. De provincies hebben op basis hiervan een beleidskader opgezet. Dit beleidskader is door de provincie Zuid-Holland vastgesteld.

Veelgestelde vragen aan OZHZ

  • Wat is de conclusie van de uitspraak PAS?
    Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) mag niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten worden gebruikt. Op basis van het PAS werd vooruitlopend op toekomstige, positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden, alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Door de uitspraak van de Raad van State mag zo’n toestemming ‘vooraf’ niet meer. Daarnaast heeft de Raad van State geoordeeld dat de vrijstelling voor beweiden en bemesten in strijd is met de Habitatrichtlijn, omdat niet vooraf is uitgesloten dat de betrokken depositie niet leidt tot aantasting van de natuur.  
  • Wat zijn de gevolgen van de uitspraak?
    Het PAS mag niet meer gebruikt worden als beoordelingskader. Voor elke ontwikkeling die mogelijk tot uitstoot van stikstof leidt, is het nodig om het effect van de activiteiten te beoordelen. Een vergunning op basis van de Wet Natuurbescherming (Wnb) is nodig wanneer de ontwikkeling kan leiden tot een slechtere kwaliteit van de natuurlijke leefomgeving van planten of dieren of tot een significante verstoring van voor dat gebied belangrijke dier- of plantsoorten. Dit in nabijgelegen, stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Zonder verleende Wnb-vergunning mogen allerlei ontwikkelingen zoals infrastructuurprojecten, uitbreiding van veehouderijen, nieuwbouwprojecten en nieuwe bedrijventerreinen niet doorgaan. Ook kan bij relatief kleine belastingen van stikstof niet meer volstaan worden met een melding. Als met een berekening met de zogenaamde Aerius-calculator is aangetoond (zie de veelgestelde vragen hierna) dat de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden 0,00 mol / ha / jaar is, dan is geen Wnb-vergunning nodig (uitspraak Minister). Als er geen Wnb-vergunning nodig is, dan kan de procedure door.
  • Komt er een nieuwe PAS?
    Het blijft de ambitie van het Rijk, provincies en gemeenten om een aanpak voor stikstofoverschot op te zetten. Dit op zo’n manier dat er recht wordt gedaan aan bescherming van de natuurkwaliteit in combinatie met een perspectief voor economische ontwikkeling. Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelde een adviescollege Stikstofproblematiek in, dat de opdracht heeft om met aanbevelingen en oplossingsrichtingen te komen. Dit adviescollege (Commissie Remkes) presenteerde eind september 2019 een eerste advies met suggesties voor maatregelen op de korte termijn die stikstofdepositie moeten verminderen.  Het kabinet heeft het advies verwerkt in een Kamerbrief. In de brief staat welke maatregelen het kabinet op korte termijn wil nemen om de vergunningverlening weer op gang te brengen. In mei 2020 publiceert het Adviescollege een tweede advies over een nieuwe aanpak van de stikstofproblematiek. Tenslotte heeft het Rijk een nieuwe, geactualiseerde versie van de AERIUS Calculator ontwikkeld, waarmee de stikstofdepositie van voorgenomen projecten kan worden berekend. De nieuwe versie van AERIUS is sinds 16 september 2019 beschikbaar.
  • Waarom is de AERIUS Calculator aangepast na de uitspraak van de Raad van State?
    De vorige versie van de AERIUS Calculator (2016) was gebaseerd op het PAS. De Raad van Strate concludeerde dat het PAS niet gebruikt mag worden als basis voor toestemmingverlening. Om die reden was ook aanpassing van de AERIUS Calculator nodig. Alle PAS-gerelateerde elementen zijn verwijderd uit de AERIUS Calculator.
  • Voor welke situaties is de laatste versie van AERIUS Calculator (2019) geschikt?
    Deze versie van AERIUS Calculator (2019) kent een beperking van het toepassingsbereik. Deze Calculator-versie is geschikt voor het berekenen van stikstofuitstoot van alle bronnen, behalve:
    • Emissiebronnen waarbij sprake is van een mechanische ventilatie en een verticale uitstroom van de emissies, en waarbij de warmte-inhoud van de emissie gering is. Dit zijn onder meer stallen met een ammoniakwasser of een andere vorm van verticale mechanische ventilatie. Bij deze bronnen kan de pluimstijging door impuls (uittreedsnelheid) maatgevend zijn ten opzichte van de thermische pluimstijging.
    • Emissiebronnen op of nabij vrijstaande gebouwen waarvan de schoorsteenhoogte minder is dan 2,5 maal de maximale hoogte van het relevante gebouw en waarvoor de depositiebijdrage wordt berekend op een rekenpunt binnen 3 kilometer afstand van de emissiebron.
    Het Rijk werkt aan een versie die te gebruiken is voor het berekenen van stikstofuitstoot van alle bronnen. Naar verwachting komt deze in januari 2020.
  • Kan ik nog een melding op grond van de wet Natuurbescherming indienen?
    Nee, het indienen van meldingen in het kader van de Wet natuurbescherming is op dit moment niet meer mogelijk. De Provincie Zuid-Holland geeft aan dat de vrijstelling van de vergunningplicht bij relatief kleine belastingen is vervallen en hiermee ook de mogelijkheid om meldingen in te dienen.
  • Wat betekent de uitspraak voor mijn aanvraag van een vergunning of melding in het kader van de Wet Natuurbescherming?
    Vergunningen op basis van de Wet natuurbescherming worden op dit moment niet afgegeven. Door de uitspraak van de Raad van State geldt voor alle in het kader van de Wet natuurbescherming gemelde activiteiten alsnog een vergunningplicht. Projecten waarvoor een melding is ingediend zijn niet meer zonder Wnb-vergunning uit te voeren door het vervallen van het PAS. Wat precies valt onder ‘nog niet uitgevoerd’ wordt naar verwachting komende periode duidelijk, provincies en het Rijk definiëren dit.
  • Wie verleent de vergunningen op basis van de Wet natuurbescherming?
    Een vergunningaanvraag doet u bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Zij verlenen de vergunningen namens de Provincie Zuid-Holland. De provincie is het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming. OZHZ controleert of men zich houdt aan wat in de vergunning staat en treedt waar nodig handhavend op.
  • Ik wil bij OZHZ een omgevingsvergunning op grond van de Wabo aanvragen. Wat nu?
    Nieuw project (bijvoorbeeld de bouw van woningen) Het is belangrijk om te weten of uw project stikstofdepositie veroorzaakt in Natura 2000-gebieden die daarvoor gevoelig zijn. Stikstofdepositie kan zowel ontstaan tijdens het bouwen als tijdens het gebruik. Met AERIUS berekent u of sprake is van stikstofdepositie. Is de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar? Dan is geen Wnb-vergunning nodig. Ook kan de omgevingsvergunning worden verleend als uit een ecologisch (voor)onderzoek blijkt dat het project geen significante gevolgen heeft voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Tot slot kan de omgevingsvergunning ook verleend worden als een vergunning op grond van de Wnb is aangevraagd of al is verleend voor het betreffende project. Is wel toestemming nodig op basis van Wnb? Dan mag u de activiteiten niet uitvoeren totdat u de Wnb-vergunning heeft. Deze vergunning vraagt u aan bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Bedrijf met bestaande stikstofdepositie Heeft u een bedrijf met een Wnb-vergunning of had u vanwege stikstofdepositie daarover moeten beschikken? In veel gevallen heeft u een toestemming op basis van de Wet natuurbescherming nodig. De vergunning daarvoor vraagt u aan bij de Omgevingsdienst Haaglanden.
  • Ik beschik over een Wnb-vergunning, of had daarover moeten beschikken, en wil nu een WABO-aanvraag indienen. Wat moet ik doen?
    U dient de WABO-aanvraag in bij OZHZ. Het is van belang dat u in de aanvraag motiveert waarom uw initiatief geen significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden heeft. Dat kan met een AERIUS-berekening of een ecologisch (voor)onderzoek. OZHZ beoordeelt vervolgens of het nodig is om een toestemming op basis van de Wnb aan te vragen bij de Omgevingsdienst Haaglanden. Als dat zo is, dan kan de WABO-vergunning niet verleend worden tot de toestemming is verleend. U kunt er ook voor kiezen om naast de WABO-aanvraag een Wnb-aanvraag in te dienen bij de Omgevingsdienst Haaglanden. De WABO-vergunning kan dan verleend worden, maar ook in dat geval mag u pas starten met uw initiatief als de Wnb-vergunning is verleend.
  • Hoe kan ik aantonen dat mijn project geen significante negatieve effecten heeft voor Natura 2000-gebieden?
    De eerste stap is het beoordelen van de stikstofdepositie met de AERIUS Calculator (2019). Is de uitkomst 0,00 mol/ha/jaar of minder? Dan heeft het project geen significante negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Randvoorwaarde is dan wel dat de AERIUS Calculator (2019) geschikt is om het initiatief of project te berekenen. De nieuwe versie van AERIUS kent een beperking van het toepassingsbereik en is niet geschikt voor het berekenen van stikstofuitstoot van alle bronnen. Als de uitkomst van de berekening groter is dan 0,00 mol/ha/jaar, dan biedt intern salderen mogelijk een oplossing Dat wil zeggen het uitwisselen van een of meer stikstof veroorzakende activiteiten op de projectlocatie tegen een of meer andere stikstof veroorzakende activiteiten op de projectlocatie. Als intern salderen er niet toe leidt dat de berekende depositie 0,00 mol/ha/jaar is, dan is extern salderen mogelijk een alternatief.Dat wil zeggen het uitwisselen van een of meer stikstof veroorzakende activiteiten ergens anders tegen een of meer andere stikstof veroorzakende activiteiten op de projectlocatie. De provincie Zuid-Holland heeft beleidsregels vastgesteld voor intern en extern salderen. Als het rekenresultaat groter blijft dan 0,00 mol/ha/jaar, kunt u een ecologisch (voor)onderzoek uitvoeren. Uit dat onderzoek kan blijken dat geen significante negatieve effecten op een Natura-2000 gebied zijn. Let wel! Ook als u kunt aantonen dat er geen significante negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden zijn, is in een aantal gevallen een Wnb-vergunning nodig.
  • Ik wil een Melding Activiteitenbesluit indienen. Wat nu?
    Een Melding Activiteitenbesluit dient u in bij OZHZ, wij behandelen deze. Het is uw eigen verantwoordelijkheid om te beoordelen of er mogelijk sprake is van significante effecten op Natura 2000-gebieden. Als daar mogelijk sprake van is dan kunt u een AERIUS-berekening laten uitvoeren. Als hieruit blijkt dat de belasting op een Natura 2000 gebied meer dan 0,00 mol/ha/jaar is, dan bent u verplicht om een Wnb-vergunning aan te vragen.
  • Wat kan ik doen als mijn vergunning wordt vernietigd?
    Initiatiefnemers die met activiteiten zijn gestart, voordat hun vergunning onherroepelijk werd, hebben dit op eigen risico gedaan. De Provincies en het Rijk werken samen aan een handreiking voor handhaving. Vooruitlopend daarop kan een onderscheid in twee typen gevallen worden gemaakt:
    1. Gevallen waarin volstaan kan worden met het toevoegen van gegevens aan uw aanvraag waaruit blijkt dat een Wnb-vergunning niet nodig is.
    2. Gevallen waarin naar de huidige inzichten een Wnb-vergunning nodig is. Voor die gevallen is nog geen oplossing bekend en zal de handreiking moeten worden afgewacht.
  • Mogen de koeien in de wei? Mag er bemest worden? (beweiden en bemesten)
    Vanwege de uitspraak van de Raad van State is er normaal gesproken een vergunning nodig voor het weiden van vee. De invulling hiervan vergt een zorgvuldige inhoudelijke onderbouwing, waaraan de bevoegde instanties de komende periode zullen werken. Gedurende het huidige beweidingsseizoen gaan wij niet handhaven op de vergunningplicht. Vanuit de sector en de overheden is het beleid de afgelopen jaren gericht geweest op het verhogen van het aantal koeien in de wei, en in principe zal dit gecontinueerd worden. Minister Schouten van LNV geeft aan dat alles op alles wordt gezet om voor aanvang van het volgende beweidingsseizoen een aanpak beschikbaar te hebben voor de legalisering van beweiden en bemesten. Het Adviescollege Stikstofproblematiek (commissie Remkes) komt voor het einde van 2019 met een advies. Op basis hiervan zal Minister Schouten met de interbestuurlijke partners naar verwachting medio januari 2020een besluit nemen over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder beweiden en bemesten mogelijk gemaakt kunnen worden.
  • De provincies hebben beleidsregels gemaakt. Wat staat daar in?
    De provincies hebben een beleidskader opgesteld waarmee toestemming voor stikstofgerelateerde activiteiten weer mogelijk wordt bij de toepassing van intern of extern salderen. Aan intern of extern salderen zijn op basis van dit beleidskader wel voorwaarden  verbonden. Intern of extern salderen zal dus niet voor elk project een oplossing bieden.  Bij intern of extern salderen blijft een Wnb-vergunning nodig.
  • Welke gevolgen hebben de beleidsregels van de provincie voor de toestemmingverlening?
    Met de publicatie van de beleidsregels van de provincie Zuid-Holland op 10 oktober 2019, kan voor een aantal projecten de vergunningverlening op basis van de Wet natuurbescherming weer worden opgepakt. Dit beleidskader biedt echter niet voor alle projecten een oplossing. De komende tijd wordt naar verwachting meer duidelijk over de mogelijkheden om het beleidskader toe te passen.