Het netwerk ligt met name langs de vaarwegen om illegale ontgassingen van benzeen door de scheepvaart te kunnen signaleren.

Van de 48 E-noses zijn er gefinancierd uit de Safety Deal met het ministerie Infrastructuur en Milieu. De resterende 13 in de Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, zijn gefinancierd van uit regionaal budget OZHZ (8 E-noses) en de provincie Zuid-Holland (5 E-noses).
De Safety Deal eindigt per oktober 2017. Vanuit het ministerie van I&M komen niet opnieuw financiële middelen beschikbaar.

Het functioneren van de E-noses gedurende de afgelopen anderhalf jaar is in brede zin geëvalueerd. Daarbij is het volgende geconcludeerd:

Technisch systeem

  • De E-noses zijn effectief in het signaleren van de ontgassingen op de vaarwegen in Zuid-Holland Zuid. Alarmeringen zijn met name langs de vaarwegen opgetreden en wijzen op ontgassingen van de scheepvaart.
  • In de meetperiode was sprake van ruim 120 alarmeringen ('rode signalen') waarbij 25 schepen vervolgens zijn aangewezen als verdacht schip. Uiteindelijk zijn twee schepen daadwerkelijk gecontroleerd, waarbij bij één schip proces-verbaal is opgemaakt.
  • Met het aspect 'early warning' (het tijdig signaleren van grotere incidenten met luchtverontreinigin) is geen ervaring opgedaan, omdat, met uitzondering van het ethyleenoxide-incident Moerdijk-Hoeksche Waard, in deze meetperiode zich geen grote incidenten in de regio Zuid-Holland Zuid hebben voor gedaan.
  • Buiten de vaarwegen vertoonden de E-noses een overwegend rustig beeld.
  • Het is tot nu toe niet gebleken dat het E-nose netwerk een tijdig signalerende waarde heeft voor stanksituaties. De relatief lage dichtheid is hier mede debet aan.

Betrokken partijen/rolverdeling

  • De effectiviteit van het daadwerkelijk toezicht en handhaven op het water heeft nog niet het gewenste niveau bereikt. De mate van effectiviteit hangt samen met de vraag of alle betrokken partijen (DCMR, OZHZ, OMWB, RWS en politie Landelijke Eenheid) snel kunnen handelen. Hierbij gaat het om: het analyseren van signalen en gegevens, elkaar informeren en het tijdig ter plaatse kunnen zijn (op het water) van de toezichthoudende instanties.
  • Om de verschillende schakels in het gehele toezicht proces zo efficiënt mogelijk in te richten, is sinds begin mei 2017 een werkgroep Ontgassen Zuid-Holland ingesteld. Hierin zijn de betrokken partijen vertegenwoordigd voor onderlinge afstemming van mogelijke verbeterpunten en het actualiseren van het protocol ontgassen scheepvaart ZH.
  • Daarnaast hebben de betrokken wachtdiensten DCMR, OMWB en OZHZ eigen protocollen opgesteld voor het signaleren en doormelden van ontgassingen.

Eindconclusie en aanbevelingen

Eindconclusie is dat het E-nose netwerk Zuid-Holland Zuid een waardevol netwerk is, met name voor het signaleren van ontgassingen op vaarwegen.

Door het doorvoeren van enkele technische verbeteringen zal naar verwachting het overgrote deel van de ontgassingen worden gesignaleerd.

Door het totale proces van het signaleren van ontgassingen tot en met het houden van toezicht te verbeteren, kan meer resultaat worden bereikt bij het terugdringen van ontgassingen van de zeer zorgwekkende stof benzeen.

OZHZ heeft in samenspraak met de provincie geadviseerd om het E-nose netwerk Zuid-Holland Zuid in een beperkt gewijzigde opstelling tenminste nog 3 jaar in stand te houden. Deze 3 jaar is rand voorwaardelijk ingegeven door:

  • Het proces van opname van het ontgasverbod in nationale regelgeving. In dat geval is de Rijksoverheid het verantwoordelijke bevoegde gezag met de vraag wie dan het toezicht op zich gaat nemen.
  • De mogelijke technische ontwikkelingen op het gebied van sensor-monitoring.
  • De vraag in welke mate de geëigende toezichthoudende partijen effectief kunnen en zullen gaan handhaven op het water.

Dit houdt in dat het functioneren van het E-nose netwerk jaarlijks wordt geëvalueerd. Definitieve besluitvorming hierover door het DB/AB vindt plaats in oktober/november 2017.

Zie hier de plattegrond met de positionering van de E-noses voor de komende jaren.